Maatstrepen, maatsoorten en herhalingstekens. Alles over noten lezen!
Maatstrepen, maatsoorten en herhalingstekens. Alles over noten lezen!

Maatstrepen, maatsoorten en herhalingstekens. Alles over noten lezen!

Misschien volg je al muziekles in de vorm van pianoles, gitaarles of zangles, maar kan je nog geen noten lezen. Wil je graag noten leren lezen en meer weten over wat maatstrepen, maatsoorten en herhalingstekens zijn en wat ze betekenen? Dan zit je hier goed! In dit blog gaan we je er alles over vertellen. Lees je mee?

Wat zijn maatstrepen, maatsoorten en herhalingstekens nou eigenlijk? Eigenlijk zijn deze elementen kort gezegd allemaal onderdeel van de maten van de muziek. Je ziet deze tekens vaak voorbij komen in bladmuziek of je nu gitaar, piano of een ander soort instrument bespeelt. Ook wanneer je zelf componeert zal je veel te maken krijgen met deze onderdelen van de maat. Maar welke maatsoorten en maatstrepen zijn er allemaal? Zijn er bepaalde muziektermen die voor deze tekens worden gebruikt? Wanneer wordt er een achtste maat en wanneer een kwarts maat gebruikt en waarom? Hoe worden deze maten in de bladmuziek aangegeven? En hoe moet je de aangegeven afkortingen interpreteren? Dat gaan we hieronder stap voor stap allemaal met je doornemen! Heb je nog geen idee van wat een achtste maat of een kwarts maat is? Lees dan eerst even ons blog over tempo, maat en ritme in de muziek. Dit zal je helpen om de onderstaande stof beter te begrijpen.

Wanneer je luistert naar muziek kan je deze vrijwel altijd meetikken met je voet of handen. Je zal dan ook af en toe de neiging krijgen om op een bepaald punt in de maat een ietsjes hardere tik te geven. Waarom is dat? Dit komt omdat in eigenlijk iedere maat wel een accent ligt op een tel van de maat. Zoals bijvoorbeeld EEN, twee, drie, vier. Hierbij ligt het accent dus op de eerste tel. Dit zien we vaak in muziekgenres zoals R&B, Pop, Rock en HipHop. In dit geval heeft de maat vier tellen. Je hebt ook maten met slechts drie tellen zoals de wals. Dan ligt vaak ook het accent op de eerst tel, maar dan heb je iedere drie tellen een accent in plaats van elke vier tellen. De maat met vier tellen noemen we een vierkwartsmaat en een maat met drie tellen, je raadt het al, een driekwartsmaat. Deze vast afwisseling van accent tellen en niet-accent tellen noemen we de maat en de driekwartsmaat en vierkwartsmaat zijn onderdeel van de maatsoorten. 

Je zal je nu vast wel afvragen of er ook op andere tellen in de maat accenten voorkomen. Ja, zeker! Het kan zijn dat er bijvoorbeeld een accent ligt op de tweede, derde of de vierde tel. Dit noemen we dan een backbeat. In de Rock & Roll en Gospel muziek zal je horen dat tijdens de drumpartijen vaak gebruik gemaakt wordt van deze backbeat. Dan wordt er een accent gelegd op bijvoorbeeld de tweede en de vierde tel in een vierkwartsmaat. Misschien denk je nu 'huh? Maar dat is toch anders dan wat hierboven werd beschreven?' Nee hoor, want wanneer je naar deze drumpartijen zult luisteren en naar het muzieknummer in het algemeen zal je merken dat deze accenten nog steeds heel dicht bij de eerste tel liggen waardoor het in de oren nog steeds klinkt als een EEN, twee, drie, vier. Dat het accent dus kort gezegd nog steeds op de eerste tel ligt! 

Hierboven hebben we het met je gehad over de driekwartsmaat en de vierkwartsmaat. Dit zijn dan ook meteen de meest bekende en meest gebruikte maatsoorten. 

De driekwartsmaat:

maatsoorten, maatsoort, driekwartsmaat, 3/4 maat, bladmuziek

De vierkwartsmaat:

maatsoorten, maatsoort, vierkwartsmaat, 4/4 maat, bladmuziek

De vierkwartsmaat wordt ook wel aangegeven met een C. De maatsoort wordt altijd aan het begin van het muziekstuk aangegeven, zoals je hierboven in de afbeeldingen ziet. De maatsoort wordt altijd slechts eenmaal aangegeven in een muziekstuk, tenzij de maatsoort tussentijds verandert. In de Engelse muziektermen worden maten vaak in cijfers aangeduid in teksten. Zoals de vierkwartsmaat bijvoorbeeld als 4/4 maat wordt aangegeven en de driekwartsmaat als 3/4. de vierkwartsmaat wordt in het Engels ook wel als 'common time' aangeduid. 

In de bladmuziek en in muziekstukken wordt zoals je nu weet de maatsoort vaak vermeld met cijfers. Daarbij is het het belangrijkst om naar het bovenste cijfer te kijken, want dit cijfers geeft de maat aan. Dus 3/4 is een driekwartsmaat (een, twee, drie). Het maakt hierbij niet uit of er nou 3/4, 3/8 of 3/16 staat vermeld aan het begin van het muziekstuk. Dit zijn allemaal driekwartsmaten met de telling een, twee, drie. Dit geldt ook voor de vierkwartsmaat. Kijk naar het bovenste cijfer. Als daar een vier staat is het altijd een vierkwartsmaat of deze nu wordt aangeduid met 4/4, 4/8 of 4/16. Dat maakt dus niet uit, de telling blijft een, twee, drie, vier. 

In ieder muziekstuk kom je de maatstreep tegen. De maatstreep wordt aangegeven met een - of een rechte streep | zodat je soort van vakjes in het muziekstuk krijgt met ieder stuk de aantal tellen van de maatsoort. Dit helpt je om iedere maat overzichtelijk te houden. Hieronder even de Engelse benamingen van bovenstaande muziektermen zodat je ook de veelal Engelse uitleg van muziekstukken goed kunt bijhouden.

  • De maatstreep: de maatstreep wordt in het Engels Bar Line genoemd. 
  • Maatsoort: de maatsoort wordt in het Engels Time Signature genoemd.
  • Maat: Measure of Bar.

Zoals we je al verteld hebben, is het bovenste cijfer het meest bepalende cijfer om de maatsoort te achterhalen. Toch gaan we hier wel even wat dieper in op het onderste cijfer. Waarom? Het onderste cijfer laat ons zien met welke noten we tellen. Als je ons blog over tempo, maat en ritme in de muziek hebt gelezen, weet je nu wat achtste en kwarts noten zijn. Niet gelezen? Lees hem dan toch nog even door voordat je verder leest. Als je een 3/4 maat aangegeven ziet op het muziekstuk betekent dit dat we tellen met kwarts noten. De vier als onderste cijfer geeft aan dat het om een kwarts noot gaat. In een 3/4 maatsoort passen dus drie kwarts noten. Als er wordt gekozen voor een 3/8 maatsoort, tellen we in achtste noten en passen er dus 3 achtste noten in de maat. De telling blijft in principe hierbij hetzelfde, altijd een, twee, drie. Waarom worden er dan verschillende maatsoorten gebruikt zou je denken, toch? Dit heeft te maken met de gewoonte van de componist. Veel muzikanten zijn het gewend om met een wat langzamer tempo een kwarts maat te gebruiken en met een wat sneller tempo een achtste maat. Dit is eigenlijk een beetje een ongeschreven regel in muziekland. Want in principe leer je als beginnend muzikant over maten dat een kwarts maat net zo goed een snel tempo kan hebben als een achtste maat en vice versa. Toch geven veel muzikanten de voorkeur om het op deze manier te doen omdat het toch meer een overzicht geeft van het tempo waarin het muziekstuk is bedoeld. 

Naast de 3/4 en 4/4 maatsoorten (en de variaties 3/8, 3/16, 4/8 en 4/16) zijn er natuurlijk nog veel meer maatsoorten. Zo heb je bijvoorbeeld ook een maatsoort met slechts twee tellen, de 2/4 maatsoort. De maatsoorten 3/8 en 4/8 kom je eigenlijk zeer zelden tegen in muziekstukken. Dit komt doordat wanneer je sneller gaat tellen, de maat vaak gaat aanvoelen als een samengestelde maat en dat is vaak niet de bedoeling. Een alternatief voor een 4/4 maat kan ook wel vermeld worden als een 2/2 maat. Dit om een teveel aan noten en vlaggetjes en dergelijke in het muziekstuk te voorkomen. Zo blijft de bladmuziek een stuk rustiger om te lezen. De 2/2 wordt ook wel aangeduid als een C met een verticale streep er doorheen. 

Hierboven hadden we het al even over samengestelde maatsoorten, maar wat zijn deze samengestelde maatsoorten nou eigenlijk? Deze maatsoorten bestaan uit één sterk accent in de telling met daarnaast nog één of meer lichtere accenten. Zoals bijvoorbeeld de 6/8 maatsoort. Deze maatsoort gaat sneller dan de 3/4 maatsoort en wordt vaak gespeeld in twee groepjes van drie tellen. Dus eigenlijk het dubbele van een 3/4 maatsoort. Dan hebben we de 9/8 maatsoort. Deze maatsoort wordt geteld in drie groepjes van drie. Dus nog een groepje van drie tellen erbij als we kijken naar de 6/8 maatsoort. Dan hebben we ook nog de 12/8 maatsoort, deze wordt geteld in vier groepjes van drie. Dus weer een groepje van drie tellen erbij. 

Dan hebben we ook nog de onregelmatige maatsoorten. Dit zijn samengestelde maatsoorten waarbij je telt in verschillende groepen. Dit kan bijvoorbeeld een groepje van drie zijn gevolgd door een groepje van twee tellen. Zo heb je de 5/4 maatsoort en de 5/8 maatsoort. Hierbij zal een 5/4 maatsoort vaker gebruikt worden bij langzamere muziek. Daarnaast zijn er ook nog de 7/4 en 7/8 maatsoorten, maar ook de 8/8 en de 9/8 maatsoort. Dit zijn allemaal onregelmatige maatsoorten waarbij er verschillende groepjes van maten worden gebruikt (en dus verschillende tellen na ieder maatstreep). 

In de meeste bladmuziek staat tegenwoordig een tempo aanduiding. Op deze manier weet je op welk tempo (langzamer of wat sneller) het muziekstuk gespeeld dient te worden. Als het tempo bijvoorbeeld met een snelheid van 120 gespeeld moet worden, zet je je metronoom aan met een tempo van 120. Je moet er dan voor zorgen dat iedere tik even lang voortduurt als één kwarts noot. 120 betekent 120 kwarts noten per minuut. In de klassieke muziek wordt het tempo ook wel aangegeven met adagio of allegro. Dan gaan we nu kijken naar de maatsoort. Bij hogere tempo's in de muziekstukken of wanneer je in een muziekstuk heel duidelijk in groepjes kunt tellen kiest de componist vrijwel altijd voor een achtste maatsoort als onderste getal. Dit hebben we hierboven al met je besproken. Bij een wat langzamer muziekstuk zal dit dan het getal vier zijn als onderste cijfer om aan te duiden dat het om een kwartsmaat gaat. Hierbij voelt de telling een beetje als losse tellen. Tempo en maatsoort hebben dus zeker wel iets met elkaar te maken en componisten en muzikanten maken dan ook gebruik van diverse (onderste) cijfers om zo niet alleen de maatsoort aan te geven, maar ook het tempo van het muziekstuk. 

Zoals je waarschijnlijk wel weet zijn er richtlijnen in de muziek, maar dit zijn uiteraard geen wetten. Natuurlijk is het vaak de norm dat een muziekstuk geschreven wordt in één maatsoort, het is prettig om als luisteraar wat structuur en regelmaat te hebben. Het is logisch dat wanneer muziek geen structuur heeft dat het erg chaotisch gaat overkomen. Dit is vooral het geval bij muziek in films bijvoorbeeld. Hier dient de achtergrondmuziek goed bij het fragment in de film te passen en een fijne structuur in opbouw te hebben. Er zijn natuurlijk wel uitzonderingen. Als een componist halverwege een muziekstuk besluit om te veranderen van maatsoort, kan dit natuurlijk altijd. Dit omdat er slechts richtlijnen zijn in het schrijven en maken van muziek, maar iedereen is vrij om met deze richtlijnen te doen wat hij of zij wilt. Als het gewoon goed klinkt dan is het natuurlijk prima en blijft het fijn om naar te luisteren. 

Dan gaan we nu naar de diverse aanduidingen en varianten van maatstrepen. Zo hebben we natuurlijk de ´standaard´ maatstreep. De bar line zoals deze ook wel wordt genoemd. Dit is een enkele maatstreep en geeft aan dat de ene maat stopt en de volgende begint. Dan is er ook de dubbele maatstreep. Die gebruiken we wanneer er een belangrijke verandering plaats vindt in het muziekstuk zoals een maatsoort verandering of een verandering in tempo of toonsoort. Dan hebben we ook nog de combinatie van een dunne en een dikke streep. Dit wordt vaak gebruikt aan het einde van een muziekstuk. En tot slot dan nog de dikke en dunne streep met een dubbele punt. Dit geeft een herhaling aan. 

Herhalingstekens zijn veel voorkomende tekens in een muziekstuk. Dit omdat er natuurlijk in muziek veel wordt herhaald, zoals het refrein in een muzieknummer. Ook lijken vaak de coupletten op elkaar wat er voor zorgt dat er vaak gebruik wordt gemaakt van herhalingstekens in een muziekstuk. En dit is ook fijn, dan weet je namelijk precies waar de herhaling begint en waar je de herhaling moet spelen. Herhalingen worden meestal aangeduid met de dikke en dunne streep in combinatie met een dubbele punt aan het begin van de herhaling en precies andersom, dus een dubbele punt in combinatie met een dunne en een dikke streep aan het einde van de herhaling. Dan heb je in de wereld van de herhalingen ook te maken met herhalingen met een ander einde dan de eerste versie. Dit wordt prima en seconda volta genoemd. De prima volta wordt aangeduid met de cijfer 1 en de seconda volta met het cijfer 2. Bij de prima volta speel je de noot die standaard in de herhaling staat, bij de seconda volta speel je een andere noot dan in de standaard herhaling staat. Waardoor de herhaling dus een andere eindnoot krijgt en dus een ander einde. Daarnaast komt het ook voor dat je een herhaling meerdere keren achter elkaar speelt. Dan wordt er niet alleen met de cijfers 1 en 2 gewerkt, maar ook met de 3. In plaats van 1 staat er dan bijvoorbeeld 1, 2 wat betekent dat je de eerst twee herhalingen het 1, 2 gedeelte speelt en de derde herhaling speel je dan het derde deel. 

Naast de al genoemde muziektermen zijn er nog meer muziek termen die gebruikt worden in muziekstukken en die je dus vaker tegen zal komen in bladmuziek. D.C. is de eerste. Dit is een afkorting voor De Capo wat vanaf het begin betekent en je dus het gehele stuk vanaf het begin opnieuw gaat spelen. Dan heb je de term D.C. al fine. Dat betekent dat je alles vanaf het begin speelt tot het al fine teken. D.C. al coda betekent dat je alles vanaf het begin speelt, maar dan tot het al coda teken. Het verschil met het al fine teken is dat er bij het gebruik van al coda tweemaal gebruik wordt gemaakt van het teken. Wanneer je tijdens de herhaling dan het eerste al coda tegenkomt spring je verder naar het tweede al coda teken waardoor je dus een deel van het muziekstuk overslaat. Dan hebben we het D.S. teken wat staat voor Dal Segno. Dit betekent vanaf het teken. Hierbij speel je alles vanaf het segno teken nog een keer. Dit teken wordt ook wel gebruikt met al fine en al coda wat dan hetzelfde betekent als D.C. alleen speel je dan niet alles vanaf het begin, maar vanaf het teken. Naast de herhalingstekens kom je ook wel vaker nog meer herhalingen tegen in het muzieknummer. De eerste keer speel je deze gewoon mee, maar wanneer je dus de herhalingstekens van hierboven tegenkomt waarbij je vanaf het begin of het teken opnieuw speelt, speel je de overige herhalingen niet meer mee. Deze speel je slechts eenmaal.  

Dan hebben we ook nog het simile teken. Dit is een teken die eruit ziet als een gedeeld door teken die je gebruikt met rekenen. Dan heb je ook nog de simile met een dubbele streep. 

maatstrepen, maatsoorten, herhalingstekens, muziek, bladmuziek

maatstrepen, maatsoorten, herhalingstekens, muziek, bladmuziek

De simile met één streep betekent dat je de vorige maat nogmaals herhaald, de simile met twee strepen betekent dat je de vorige twee maten opnieuw speelt.