Leve de gitaar
Leve de gitaar

Ben je op zoek naar een mooi en compleet muziekinstrument, dat je bovendien gemakkelijk kunt vervoeren? Er zijn maar weinig instrumenten die zo flexibel en draagbaar zijn en tegelijk zo compleet en gevarieerd van geluid als de gitaar. Er zijn genoeg andere mooie instrumenten, daar niet van. Bij elk muziekinstrument moet je voelen of het echt bij je past. Je kunt voor een blaasinstrument gaan als een dwarsfluit, klarinet of saxofoon. Of voor een typisch begeleidingsinstrument als een piano, keyboard of orgel. Het mooie van een gitaar is, dat je er solistisch op kunt spelen, maar ook in een begeleidende rol kunt spelen. En nog mooier is, dat je een gitaar gemakkelijk overal mee naar toe kunt nemen. Je stopt je gitaar in een passende hoes, en je kunt hem zelfs op de fiets meenemen, gewoon op je rug.

De flexibiliteit van een gitaar maakt dat je hem overal kunt gebruiken. Gewoon thuis om te oefenen of voor een voorstelling tussen de schuifdeuren, maar ook op les, in een klaslokaal, bij het kampvuur of op een podium. Tenminste, als je voor een akoestische gitaar gaat. Wil je spelen op een elektrische gitaar, dan heb je nog een versterker nodig, en natuurlijk een stopcontact. Bij een kampvuur ligt dit net iets moeilijker, maar de meeste andere locaties is dat geen probleem.

Gitaren heb je in allerlei soorten en maten. De meeste gitaren hebben zes snaren, waarbij je kunt kiezen uit een western-model of een klassiek model. De klassieke gitaar heeft een wat bredere hals, waarbij je je vingers dus iets verder uit elkaar moet zetten om de juiste frets in te drukken. De drie hoogst klinkende snaren, de onderste drie, zijn van kunststof. Bij een western gitaar is de hals smaller en zijn alle snaren van metaal. Een western gitaar klinkt daarom wat scherper.

Naast de gewone gitaren met zes snaren heb je ze ook met twaalf. Er liggen dan steeds twee snaren dicht bij elkaar, waarvan de onderste twee snaren worden gedubbeld, de andere vier snaren hebben een dubbelganger die een octaaf hoger gestemd is. En natuurlijk heb je ook basgitaren, die meestal maar vier snaren hebben. Basgitaren hebben in de muziek een speciale rol en geven met hun zwaardere basgeluid een diepere dimensie aan de gespeelde muziek.

Welk type gitaar het beste bij je past is een kwestie van smaak en voorkeur. Als je eenmaal een gitaar in huis hebt gehaald dan ben je er nog niet. Je zult je gitaar moeten leren kennen, er als het ware een relatie mee aan moeten gaan. Regelmatig, liefst elke dag, pak je de gitaar en gaat ermee aan de slag. Dan is het wel prettig als je weet wat je moet doen, hoe je je vingers moet neerzetten en hoe je de snaren het beste kunt aanslaan. Gelukkig kun je met goede gitaarles, geduld en doorzettingsvermogen een heel eind komen. Al snel zul je leuke melodietjes kunnen spelen en met akkoorden jezelf of een ander kunnen begeleiden. Je zult zien, hoe langer je speelt, hoe leuker het wordt!